Interview met Lineke Bruins
Over een 'balietijger' die het geen schande vindt soms een 'schoolmeester' te zijn, maar die bovenal hart voor het vak heeft.
'Als het ondernemerschap de enige drijfveer wordt, verlies je iets'
Stoppen? Lineke Bruins piekert er niet over. Als ze eind 2009 haar functie van deken van de Haagse Orde neerlegt, gaat ze weer gewoon aan het werk als advocaat in het personen- en familierecht. "Deken zijn is bijna een full-time functie die veel energie en minstens 80% van je tijd vraagt. Los van een enkel advies heb ik de afgelopen jaren geen serieuze dossiers meer kunnen begeleiden, want familierecht is erg arbeidsintensief. Ik zie ernaar uit om weer in de praktijk aan de slag te gaan."
Niet dat die praktijk de afgelopen jaren erg ver van haar bed - of beter: bureau - was. Want als deken van de Raad van Toezicht van één van de vier grote arrondissementen in het land was Bruins nauw betrokken bij het reilen en zeilen van de bijna 1700 advocaten die in de regio actief zijn. "Je bent toezichthouder en dat raakt alle facetten van het vak. Je beoordeelt niet alleen of wetten en regels goed worden toegepast, maar of iemand zich professioneel gedraagt zoals hij zich behoort te gedragen en of een advocatenpraktijk administratief, financieel en in kwalitatief opzicht op een behoorlijke manier wordt gevoerd", zegt ze daarover."Als je daarover je staf breekt, wordt je dat natuurlijk niet altijd in dank afgenomen, maar daar moet je natuurlijk tegen kunnen."
De Raad van Toezicht komt doorgaans in actie op basis van een klacht van een belanghebbende - meestal een rechtszoekende - , maar soms ook een rechter of officier van justitie. Na een zorgvuldige procedure waarin hoor en wederhoor een belangrijk basisprincipe is, velt Bruins als deken een voorlopig oordeel, vergelijkbaar met een uitspraak in kort geding. Vaak volstaat dat, maar soms kiest de klager voor een echte rechtsgang bij de tuchtrechter. Daarnaast kan Bruins ook zelf besluiten advocaten tot de orde te roepen - het zogeheten 'dekenbezwaar'. Daarmee haalde ze overigens onlangs nog de landelijke media, door een advocaat die zich gewapend op zijn visitekaartje liet portretteren, terug te fluiten. "Dat geeft mijns inziens een verkeerd beeld van de beroepsgroep en dat zie ik niet graag."
Maatschappelijke bijdrage
Op de vraag of deken zijn een 'roeping' is, moet ze glimlachen. "Het is een functie waarvoor je gevraagd wordt. Maar toegegeven, dat gebeurt natuurlijk alleen maar als je ook zichtbaar bent binnen de plaatselijke orde. Ik ben altijd wel een 'balietijger' geweest, actief in allerlei gremia. Natuurlijk is het een eer als je dit mag doen, want kennelijk geniet je vertrouwen. Voor mij persoonlijk telde vooral dat ik de kans kreeg een tijd mede het beleid te bepalen van een organisatie waar ik zelf lid van ben en die me zeer ter harte gaat. En ja, misschien schuilt er ook wel een beetje een schoolmeester in me, wie zal het zeggen. Ik hecht in ieder geval aan een zelfreinigend vermogen van een beroepsorganisatie."
In de afgelopen drie jaar heeft Bruins naar eigen zeggen 'een veel beter inzicht gekregen in de positie van de advocatuur in de samenleving'. Ze zegt: "Dat het een heel leuk vak is wist ik al, maar ik ben nu veel meer begaan met de vraag: waar sta je als advocaat eigenlijk voor, wat is je maatschappelijke bijdrage? Ik kreeg onlangs via de KBvG het rapport 'Noblesse Oblige' in handen. Welnu, dat geldt voor onze beroepsgroep net zo. Ik vind dat je in de eerste plaats advocaat bent en dan pas ondernemer. Anders gesteld: als advocaat dien je eerste zorg te zijn dat de rechtsgang eerlijk verloopt voor de juridisch zwakste partij, de partij die onvoldoende zelf voor haar belang kan opkomen en die daar jouw deskundigheid bij nodig heeft. Dát is de verantwoordelijkheid die je op je hebt genomen en waaraan je uitvoering dient te geven. Ook als dat inhoudt dat je dan minder verdient dan wellicht mogelijk. Natuurlijk dient een gezonde bedrijfsvoering te worden geborgd, maar als het ondernemerschap de enige drijfveer wordt, dan verlies je wat en doet dat afbreuk aan het zijn van advocaat."
Bruins is ervan overtuigd dat haar functioneren als deken haar functioneren als advocaat in de toekomst blijvend zal kleuren. "Niet alleen omdat ik veel meer weet over het vak, maar ook omdat ik de afgelopen jaren nogal eens heb moeten bemiddelen tussen vakbroeders die eerder elkaar leken te bestrijden dan dat ze oog voor het belang van cliënt leken te hebben. Ik ben me er veel bewuster van geworden dat dat niet de weg is die je moet bewandelen. Ik zal collega's daar dus eerder op aanspreken en ook mijn eigen handelen in dat licht bezien."
Bron: artikel uit 'de Gerechtsdeurwaarder' (KBvG) NR 4 jaargang 1 juli 2009






