Whiplash en de nieuwe richtlijn van de neurologen
Een whiplash wordt meestal omschreven als een acceleratie-deceleratietrauma van de nek, dat vaak optreedt op bij een aanrijding van achteren.
Het whiplashletsel kan een verscheidenheid van klachten veroorzaken, die in sommige gevallen blijvend zijn, waardoor aanzienlijke schade wordt geleden. Een algemeen probleem bij de afwikkeling van de schade als gevolg van whiplash is het feit dat de klachten medisch gezien nagenoeg nooit zijn terug te voeren op een lichamelijke afwijking. Dit leidt in bijna alle whiplashzaken tot een discussie met de aansprakelijke verzekeraar over het oorzakelijke verband van de klachten met het ongeval. Toch kon het whiplashletsel in de letselschadepraktijk afdoende in kaart worden gebracht door een beoordeling van een neuroloog. Volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie diende aan een zestal criteria te zijn voldaan om bij whiplashklachten zonder onderliggende lichamelijke afwijkingen toch een percentage blijvend functieverlies toe te kennen tussen de 1 en 8%.
Door deze vaststelling kregen de klachten toch een medische onderbouwing op basis waarvan de schade verder juridisch kon worden geregeld. Met deze jarenlang gevolgde praktijk is een breuk gekomen door de nieuwe richtlijn van de neurologen die eind 2007 is verschenen. Op grond van deze nieuwe richtlijn is het voor de beoordelend neuroloog niet meer mogelijk voor het whiplashletsel een percentage functieverlies te duiden, indien geen medisch aantoonbare oorzaken daarvoor worden gevonden. Het klachtenpatroon van het slachtoffer alleen is dus volgens deze richtlijn niet meer voldoende. Daarnaast is begin 2008 de nieuwe versie verschenen van de internationaal geldende richtlijnen van de American Medical Association voor het beoordelen van verschillende letsels, waaronder whiplashletsel. Volgens deze richtlijnen kan bij whiplash wel degelijk een percentage functieverlies van 0-3% worden toegekend, ook indien geen medische oorzaak wordt gevonden.
De vraag was en is hoe het in de praktijk verder moet met de schaderegeling van whiplashletsel. Inmiddels hebben verschillende rechters zich over een oplossing uitgelaten. Zo is door de rechter aan de neuroloog gevraagd om alleen de internationale richtlijn toe te passen en niet de nieuwe richtlijn van zijn beroepsgroep. Ook zijn uitspraken van rechters bekend waarin de medische beoordeling wordt overgelaten aan een specialist op een ander vakgebied, zoals een psychiater of revalidatiearts in plaats van een neuroloog. Tot slot zijn er ook rechters die het niet relevant achten dat er geen percentage functionele invaliditeit kan worden vastgesteld: een medisch oordeel over de klachten en het verband met het ongeval moet voldoende zijn voor de verdere juridische beoordeling. De praktijk is dus nog steeds zoekende naar een echte oplossing. Misschien is die wel niet te vinden.
De laatst genoemde opvatting lijkt juridisch gezien de meest juiste. In sommige gevallen kunnen de andere opties echter ook uitkomst bieden. Van geval tot geval moet worden bekeken wat de beste strategie is.






