Aanrijding tram-fietser met ernstig letsel: wie heeft schuld en wie moet betalen?

In een drukke ochtendspits rijdt een fietser op een drukke weg een rijdende tram tegemoet als de fietser onverwacht en zonder richting aan te geven besluit af te slaan voor de tram langs, die voorrang heeft. Er volgt een aanrijding tussen de tram en de fietser, waarbij de fietser ernstig gewond raakt met blijvende invaliditeit als gevolg. Op de plaats van het ongeval hebben fietsers, auto's en trams allemaal een eigen rijgedeelte, maar het betreft een onoverzichtelijke verkeerssituatie met veel kruisende wegen. De tram reed met ongeveer 25 km/uur en zag de fietser aankomen. Hij zag ook dat de fietser in de richting van een zijweg keek en waarschuwde de fietser met belsignalen. De fietser reageerde niet en de tram minderde geen vaart.

De trambestuurder stelt dat hem niets valt te verwijten, omdat er sprake was van overmacht aan zijn zijde: hij kon er niets aan doen en had de situatie niet kunnen vermijden. De fietser stelt dat alle schade voor rekening van de trambestuurder moet komen, omdat hij geen eigen schuld draagt aan het ontstaan van de aanrijding.

Het Gerechtshof Den Haag neemt voor de trambestuurder de zware zorgvuldigheidsplicht aan, zoals die geldt voor alle autobestuurders. Van overmacht voor de auto- en trambestuurder is dan alleen sprake indien "de bestuurder geen enkel verwijt aan het ontstaan van het ongeval kan worden gemaakt". De fouten van de fietser komen alleen voor zijn eigen rekening (en helpen de auto- en trambestuurder dus bij het aannemelijk maken van overmacht) indien de fouten "zo onwaarschijnlijk waren dat de auto- en trambestuurder daar in redelijkheid geen rekening mee had hoeven houden".

Het Gerechtshof vindt het "een ervaringsfeit" dat fietsers zich in het verkeer onverwacht, ondoordacht, onjuist en soms zelfs gevaarlijk kunnen gedragen. Het onverwacht voor de tram afslaan van de fietser zonder richting aan te geven is volgens het Gerechtshof dan niet zo onwaarschijnlijk dat de trambestuurder daar in redelijkheid geen rekening mee had hoeven houden. De trambestuurder had vaart kunnen en moeten minderen op het moment dat hij bemerkte dat de fietser niet op de belsignalen reageerde. Uit onderzoek was gebleken dat indien de tram 5 km/uur langzamer had gereden, de aanrijding had kunnen worden voorkomen. De trambestuurder kon zich dus niet beroepen op overmacht en had zich schuldig gemaakt aan onzorgvuldig rijgedrag. Maar de fietser ging volgens het Gerechtshof ook niet vrijuit, omdat hij aan de tram geen voorrang had verleend en geen richting had aangegeven. Volgens het Gerechtshof is de trambestuurder voor 50% van de schade van de fietser aansprakelijk. De fietser zal dus de helft van zijn letselschade zelf moeten dragen. 

Gepubliceerd op 01-02-2011

Nieuws

Afbeelding

15 mei 2012: Hoger beroep ingesteld in Zwavelzuur-zaak

Lees verder..

Geen wettelijke partneralimentatie voor samenwoners

Ook geen compensatie voor verzorging van kinderen Lees verder..

Persbericht Krans & van Hilten Advocaten

Lees verder..

Het vorderen van wettelijke rente bij echtscheiding

Lees verder..

Niet langer naar de Hoge Raad bij kinderontvoering

Lees verder..