‘Fictieve’ pensioenrechten bedoeld als fiscaal vriendelijke bedrijfsreserve moeten toch verevend worden.

Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft dat op 25 november 2009 bepaald. Bij echtscheiding geldt doorgaans de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP). Daarom moet, tenzij dat in huwelijksvoorwaarden uitdrukkelijk is uitgesloten of bij de echtscheiding afwijkende afspraken worden gemaakt, het ouderdomspensioen dat de ex-echtgenoten tijdens hun huwelijk hebben opgebouwd, bij pensionering aan ieder van hen voor de helft worden uitgekeerd.

In de procedure die tot deze uitspraak van het Hof leidde, was aan de orde het geval van een man die in eigen beheer, uitsluitend op grond van fiscale overwegingen, op papier pensioengelden had afgestort in een eigen pensioen-BV. In werkelijkheid, zo stelde de man, waren deze pensioengelden nooit overgeheveld naar de pensioen-BV. Het geld had de onderneming nooit daadwerkelijk verlaten en het was nooit zijn bedoeling geweest om werkelijk pensioenrechten op te bouwen maar om op fiscaal vriendelijke wijze een bedrijfsreserve aan te houden.

Het Hof achtte echter het feit dat de man niet de intentie had gehad om daadwerkelijk pensioenrechten op te bouwen niet relevant, omdat uit de stukken wel bleek dat hij alle beschikbare fiscale faciliteiten had aangewend voor pensioenopbouw in eigen beheer. Het oordeelde dan ook dat de, al dan niet fictieve, pensioenrechten wel degelijk onder de WVP vielen.

Gepubliceerd op 10-02-2010

Nieuws

Afbeelding

Persbericht Krans & van Hilten Advocaten

Lees verder..

Het vorderen van wettelijke rente bij echtscheiding

Lees verder..

Niet langer naar de Hoge Raad bij kinderontvoering

Lees verder..

Vertrek Lineke Bruins

Lees verder..

De nieuwe gemeenschap van goederen is een feit

Lees verder..