Dwangsom voor gemeente bij niet tijdig beslissen
Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Het doel van deze wet is om burgers een effectiever rechtsmiddel te geven tegen te trage besluitvorming door het bestuur. Wordt een besluit niet tijdig genomen, dan maakt deze wet het mogelijk om consequenties te verbinden aan het overschrijden van de beslissingstermijn. Het is dan mogelijk om de overheid een dwangsom op te leggen. Daarnaast creëert de wet de mogelijkheid van rechtstreeks beroep tegen het uitblijven van een primair besluit op de aanvraag.
In beginsel geldt er een algemene beslistermijn van acht weken. Haalt het bestuur deze termijn niet, dan moet worden aangegeven binnen welke termijn het besluit zal afkomen. De beslistermijn in bezwaar of administratief beroep bedraagt in beginsel twaalf weken als een adviescommissie is ingesteld. Verder uitstel is soms mogelijk.
Indien het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en na twee weken nog geen besluit heeft genomen, kan een belanghebbende, zonder eerst bezwaar te maken, direct beroep bij de rechtbank instellen.
De rechtbank behandelt het beroep in beginsel zonder zitting en doet binnen acht weken uitspraak waarin wordt bepaald dat het bestuursorgaan binnen twee weken alsnog een beslissing moet nemen.
Inmiddels hebben verschillende rechtbanken ook dwangsommen opgelegd aan colleges van b&w. In de meeste gevallen moet het college € 100,- per dag betalen aan de eiser indien het college in gebreke blijft een besluit te nemen binnen de gestelde termijn, met een maximum van € 15.000,-.






