Deurwaardersontruiming: verhuurder aansprakelijk voor schade wegens verloren gaan van inboedel?
Wanneer een huurder van woonruimte een huurachterstand van meer dan drie maanden heeft, kan een verhuurder de kantonrechter verzoeken om de huurovereenkomst te ontbinden en kan tevens ontruiming worden gevorderd. Als de woning vervolgens wordt ontruimd – nadat het vonnis is betekend en de huurder niet vrijwillig vertrekt – slaat de verhuurder de inboedel (meestal) op. Wat nu als de verhuurder de inboedel na een aantal weken opslag weggooit? Is de verhuurder dan aansprakelijk voor schade van de huurder wegens het verloren gaan van de inboedel?
In een uitspraak van de kantonrechter te Dordrecht kwam deze vraag aan de orde (zie www.rechtspraak.nl, LJN nr. BO5292). De kantonrechter heeft in zijn uitspraak van 25 november 2010 bepaald dat er sprake is van zaakwaarneming wanneer de verhuurder ter opslag de roerende zaken onder zich neemt. De verhuurder heeft zich immers willens en wetens ingelaten met de behartiging van de belangen van haar voormalige huurder. Dat schept niet alleen de verplichting om de inboedel te bewaren maar ook om op enig moment terug te geven. De verhuurder zou, door het weggooien van de inboedel na dertien weken, mogelijk tekortgeschoten kunnen zijn in deze verplichting. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat het bestaan van een huurschuld en het feit dat de huurder geen voorzieningen had getroffen maken dat het in redelijkheid niet van de verhuurder gevergd kon worden om de opslag nog langer op kosten van de verhuurder te laten voortduren. De vordering van de huurder om de verhuurder te veroordelen tot vergoeding van zijn schade wordt dan ook afgewezen.
mr. Evelien M. de Mos
Gepubliceerd op 11-05-2011






